Kleur in de Japanse tuin

Kleur is in Japanse tuinen niet belangrijker dan vorm, contras, textuur of andere beeldende kenmerken. Van alle kleuren wordt groen, en wel in een onnoemelijk aantal schakeringen, verreweg het meest gebruikt. Groen is een neutrale kleur en een kleur die rust uitstraalt, en dus bij uitstek de kleur voor een oosterse tuin. Verder bestaat het kleurenpalet hoofdzakelijk uit natuurlijke bruintinten zoals die van verwerkt hout  of bamboe, uit de vele grijstinten van onder meer stapstenen en steencomposities, en uit het wit van bijvoorbeeld grind of de pleisterkalk van een tuinmuur.
Aan dit palet worden nog wel andere kleuren toegevoegd, maar ze zijn nooit permanent overheersend. Het al genoemde effect  van de rode Japanse esdoorn mag dus in een kleine tuin niet bij herhaling worden toegepast. Bij de keuze van de beplanting zorgen we ervoor dat de bloesempracht van bijvoorbeeld sierkersen, sierappels en azalea’s, maar ook de bloei van vaste planten, niet te veel samenvalt. Ook al is die bloei maar van korte duur. Juist een opeenvolging  van bloei en het zich tegelijkertijd in de tuin verplaatsen van dat kortstondige kleuraccent, brengt de ogen en de gedachten van de aanschouwer bij elk bezoek weer naar andere delen van de tuin en kan voor een verrassingseffect zorgen. Maak dus niet de fout een bonte mengeling van tegelijk bloeiende bomen, heesters of planten dicht bijeen te zetten, vooral in een kleine tuin.
Het spreekt voor zich dat een rijkbloeiende plantenborder niet in dit beeld past. Leer dus genieten van de tere, snel vervankelijke bloesems en de schoonheid van de bloeiende Iris ensata, en wees geduldig tot aan de herfst, want dan ontvouwt de natuur een kleurenpracht waar geen enkele bloeiende plantenborder mee kan wedijveren.

Leave a Reply

*