Japanse tuin

Sommige mensen vinden in Japanse tuinen een vorm van meditatie, anderen vinden er onstpanning en afleiding, en weer anderen beleven er vooral veel kijkplezier aan de unieke toepassingen van beplanting, water, stenen en andere tuinelementen. De naar een schoonheidsideaal vormgegeven natuur waarmee een tuin in oosterse sfeer je altijd omringt, is hier het gemeenschappelijke raakvlak. Dat schoonheidsideaal is al eeuwenlang verweven met de Japanse levensvisie, die zijn wortels vindt in de natuur en tevens nauw is verbonden met verschillende godsdienstige stromingen. Dat verklaart waarom er door de eeuwen heen in Japan betrekkelijk weinig veranderingen in de aanleg van tuinen zijn te bespeuren. Ook nu nog worden de tuinen daar vrijwel uitsluitend volgens oude tradities aangelegd. Soms houdt men zich daarbij exact aan de voorgeschreven regels, maar heel vaak past men een vrije vormgeving toe, waarin klassieke elementen de toon zetten.
De tuinen die in Japan halverwege de achttiende eeuw bij de huizen van burgers werden aangelegd, waren verhoudingsgewijs zeer bescheiden van afmeting, maar toonden wel een groot aantal overeenkomsten met de grote voorbeelden. Zo vonden de vijver, de esdoorn, de met tere bloesem overladen sierkers, zwerfstenen, mossen, varens en de stenen lantaarn ook hun plaats in de kleine particuliere tuin. Men maakte daarbij niet de voor de hand liggende fout gewoonweg de afmetingen van de gebruikte elementen aan de kleinere tuinen aan te passen, uiteraard met uitzondering van de vijver. Die tuinen zijn dus best beslist geen miniatuurweergave van de oude grote paleis- en tempeltuinen, of van de beroemde theetuinen of droge tuinen. De aanpassing aan de kleinere schaal zat ‘m vooral in de beperking van het aantal elementen waarmee de tuin werd vormgegeven. Slechts in geringe mate was er sprake van een verkleining van de afmetingen van de gebruikte elementen.

Leave a Reply

*